Esen, grootste deelgemeente van Diksmuide sedert 1965 (fusie). 1753 hectare groot, bijna 1900 inwoners, het bodemreliëf schommelt tussen 5 en 40 meter. De drempel van de kerk ligt op 8,45 meter boven de zeespiegel. Om eens te vergelijken met de kerk van Klerken, 4 en half kilometer hier vandaan: als je op één en dezelfde hoogte wil staan moet je in Esen tot boven op de toren terwijl je in Klerken daarvoor mag neerzitten op de dorpel van de kerkdeur. Esen is voornamelijk een landbouwdorp. De bodem bestaat voornamelijk uit klei- en zandgronden. Esen ligt aan de Handzamevallei waardoor de Handzamevaart stroomt die tevens ook de noordgrens van het dorp vormt.

 

De eerste vermelding van Esen is in een akte van 961 waarin graaf ‘Arnulf I de Oude’ de tienden van de Brugse Sint-Donaaskerk opsomt.

De naam Esen(e) zou zijn samengesteld uit ‘hees’ wat kreupelhout betekent en ‘ene’ wat duidt op een verzameling en zou dus betekenen ‘bos van kreupelhout’.

Esen bezat een  uitgestrekt rechtsgebied en beschikte over een eigen schout met als naaste buren de schouten van Veurne, Ieper, Roeselare, Wulpen en Torhout.

Esen, Woumen en Klerken vormden één ‘ambacht’ in het Brugse Vrije tijdens de 13de tot een stuk in 16de eeuw. De familie van Esen is door huwelijk verwant aan een groot aantal edele geslachten onder meer dat van de Bethune.

In het begin van de twaalfde eeuw leefden Diederik Rudolf en ridder Ingelram van Esen. Ingelram was in 1127 betrokken in de samenzwering tegen graaf Karel de Goede. Hij behoorde tot de partij der Erembouds die de graaf uit de weg wilden ruimen. Ingelram van Esen en de andere samenzweerders werden gevat en ter dood veroordeeld. Ze stierven in mei 1127 toen ze van  de toren van Sint Donaaskerk van Brugge te pletter werden geworpen. De plaatselijke ontmoetingszaal ‘Ingelram’ is dus genoemd naar deze opstandige ridder.

 

Het wapenschild van Esen uit de 16de eeuw stelt een op­vlie­gende zwaan voor op la­zuur­blauw en is ver­sierd met een schild­hoofd langs boven met negen her­me­nen. Dit schild zie je nog aan het balkon van het voormalige gemeentehuis, nu praktijk dokter Bart Ingelaere.

 

De kerk van Esen (volledig geklasseerd sedert 20 februari 1939) is gewijd aan Sint-Pieter en was de Alma Mater of Moederkerk van de parochies Diksmuide, Woumen, Sint-Jacobskapelle, Kaaskerke, Oudekapelle en Klerken.

Rond 1150-1200 werd het hout-leem kerkje vervangen door een gebouw uit veld- en ijzersteen, opgetrokken in Romaanse stijl met een middentoren.

In 1488 werd ze verwoest door Duitse soldaten die Dikmuide verdedigden. Na 36 jaar van heropbouw tot een gotische kerk, kon men in 1524 de toren afwerken, die in het westen werd geplaatst en 4 zijtorentjes kreeg. Een bewaarde steen uit die tijd vermeld de eerstesteenlegging van de toren.

Nog dezelfde eeuw trok de Beeldenstorm over Esen en werd de kerk opnieuw verwoest in periode 1570 tot 1580.

Het duurde terug tot 1630 voor de kerk terug volledig herbouwd was. Het was terug een gotisch bouwwerk in baksteen van die tijd: de Brugse moeffen. Ook de ruwe bruine bergstenen uit de vorige kerk werden herbruikt. Deze kan je nog zien in de zijmuren. De toren kreeg maar 1 zijtorentje terug.

Op 20 oktober 1914 werden de kerk, de pastorij en tal van huizen in het dorpscentrum door de binnenrukkende Duitse troepen in brand gestoken uit wraak voor de geboden weerstand in de streek. Alle kerkschatten en archiefstukken zijn in de brand gebleven. In de toren, waarvan de spits was verdwenen, werd een Duitse uitkijkpost ingericht.

In mei 1917 werden toren en kerk verder vernield tot een reusachtige puinhoop.

Na WOI was de kerk zowat het laatste gebouw dat terug werd opgetrokken vooral omdat men oorspronkelijk eraan dacht om de puinen van de oorlogsruïne te behouden als oorlogsgedenkteken. Dit dik tegen de zin van de Esense overheden. De kerk en de toren werden terug opgebouwd op dezelfde grondvesten en volgens dezelfde stijl. In 1926 werden de werken voltooid.